Het verhaal

Mei 2003 in Irak - Geschiedenis


mei 2003 in Irak
Amerikaanse slachtoffers

1 mei- President Bush kondigt einde aan van grote gevechtsoperaties. Bush-toespraak

4-6 mei Vijf afzonderlijke schietincidenten vonden plaats waarbij Amerikaanse troepen het doelwit waren. Een Amerikaan raakte gewond, maar de schietpartijen beloofden niets voor de toekomst.

8 mei- Een Amerikaanse soldaat die deel uitmaakte van het V-korps werd gedood toen een pistool op hem afkwam terwijl hij het verkeer regelde.

12 mei Paul Bremer arriveert in Irak om generaal Jay Garner te vervangen als het hoofd van de nieuw gevormde Coalition Provisional ÊAuthority Bremer Statement

27 mei Een aantal coalitietroepen werd gedood in verschillende delen van Irak, wat wijst op aanhoudende oppositie tegen Amerikaanse troepen. Artikel over geweld

Mei 2003 in Irak - Geschiedenis


Voor onmiddellijke publicatie
Kantoor van de perssecretaris
1 mei 2003

President Bush kondigt aan dat grote gevechtsoperaties in Irak zijn beëindigd
Opmerkingen van de president van de USS Abraham Lincoln
Op zee voor de kust van San Diego, Californië

De PRESIDENT: Ik dank u allen hartelijk. Admiraal Kelly, kapitein Card, officieren en matrozen van de USS Abraham Lincoln, mijn mede-Amerikanen: grote gevechtsoperaties in Irak zijn beëindigd. In de slag om Irak hebben de Verenigde Staten en onze bondgenoten gezegevierd. (Applaus.) En nu is onze coalitie bezig dat land veilig te stellen en weer op te bouwen.

In deze strijd hebben we gevochten voor de zaak van vrijheid en voor de vrede van de wereld. Onze natie en onze coalitie zijn trots op deze prestatie - maar toch zijn jullie het, de leden van het Amerikaanse leger, die het hebben bereikt. Uw moed, uw bereidheid om gevaar voor uw land en voor elkaar het hoofd te bieden, hebben deze dag mogelijk gemaakt. Door jou is onze natie veiliger. Door jou is de tiran gevallen en is Irak vrij. (Applaus.)

Operatie Iraqi Freedom werd uitgevoerd met een combinatie van precisie en snelheid en durf die de vijand niet had verwacht en de wereld nog niet eerder had gezien. Vanaf verre bases of schepen op zee stuurden we vliegtuigen en raketten die een vijandelijke divisie konden vernietigen of een enkele bunker konden aanvallen. Mariniers en soldaten stormden naar Bagdad over 350 mijl vijandig terrein, in een van de snelste opmars van zware wapens in de geschiedenis. Je hebt de wereld de vaardigheid en de macht van de Amerikaanse strijdkrachten laten zien.

Deze natie dankt alle leden van onze coalitie die zich hebben aangesloten bij een nobele zaak. We danken de strijdkrachten van het Verenigd Koninkrijk, Australië en Polen, die deelden in de ontberingen van de oorlog. We danken alle burgers van Irak die onze troepen hebben verwelkomd en hebben meegewerkt aan de bevrijding van hun eigen land. En vanavond heb ik een speciaal woord voor secretaris Rumsfeld, voor generaal Franks en voor alle mannen en vrouwen die het uniform van de Verenigde Staten dragen: Amerika is dankbaar voor goed werk. (Applaus.)

Het karakter van ons leger door de geschiedenis heen -- de durf van Normandië, de felle moed van Iwo Jima, het fatsoen en idealisme dat vijanden in bondgenoten veranderde -- is volledig aanwezig in deze generatie. Toen Iraakse burgers in de gezichten van onze militairen keken, zagen ze kracht, vriendelijkheid en goede wil. Als ik naar de leden van het Amerikaanse leger kijk, zie ik het beste van ons land, en ik ben vereerd om uw opperbevelhebber te zijn. (Applaus.)

In de beelden van vallende standbeelden zijn we getuige geweest van de komst van een nieuw tijdperk. Gedurende honderd jaar oorlog, culminerend in het nucleaire tijdperk, werd militaire technologie ontworpen en ingezet om op steeds grotere schaal slachtoffers te maken. Bij het verslaan van nazi-Duitsland en het keizerlijke Japan vernietigden de geallieerde troepen hele steden, terwijl de vijandelijke leiders die het conflict begonnen tot de laatste dagen veilig waren. Militaire macht werd gebruikt om een ​​einde te maken aan een regime door een natie te breken.

Vandaag hebben we de grotere macht om een ​​natie te bevrijden door een gevaarlijk en agressief regime te doorbreken. Met nieuwe tactieken en precisiewapens kunnen we militaire doelen bereiken zonder geweld tegen burgers te richten. Geen enkel instrument van de mens kan de tragedie uit de oorlog verwijderen, maar het is een grote morele vooruitgang wanneer de schuldigen veel meer te vrezen hebben van oorlog dan de onschuldigen. (Applaus.)

In de beelden van vierende Irakezen hebben we ook de tijdloze aantrekkingskracht van menselijke vrijheid gezien. Decennia van leugens en intimidatie konden het Iraakse volk er niet toe brengen van hun onderdrukkers te houden of hun eigen slavernij te verlangen. Mannen en vrouwen in elke cultuur hebben vrijheid nodig zoals ze voedsel, water en lucht nodig hebben. Overal waar die vrijheid komt, verheugt de mensheid zich en overal waar vrijheid roert, laten tirannen vrezen. (Applaus.)

We hebben moeilijk werk te doen in Irak. We brengen orde in delen van dat land die gevaarlijk blijven. We achtervolgen en vinden leiders van het oude regime, die ter verantwoording zullen worden geroepen voor hun misdaden. We zijn begonnen met het zoeken naar verborgen chemische en biologische wapens en kennen al honderden sites die zullen worden onderzocht. We helpen Irak weer op te bouwen, waar de dictator paleizen voor zichzelf bouwde in plaats van ziekenhuizen en scholen. En we zullen achter de nieuwe leiders van Irak staan ​​bij het oprichten van een regering van, door en voor het Iraakse volk. (Applaus.)

De overgang van dictatuur naar democratie zal tijd vergen, maar het is alle moeite waard. Onze coalitie blijft tot ons werk gedaan is. Dan zullen we vertrekken, en we zullen een vrij Irak achterlaten. (Applaus.)

De slag om Irak is een overwinning in een oorlog tegen het terrorisme die begon op 11 september 2001 -- en nog steeds voortduurt. Die verschrikkelijke ochtend gaven 19 kwaadaardige mannen - de stoottroepen van een hatelijke ideologie - Amerika en de beschaafde wereld een glimp van hun ambities. Ze stelden zich voor, in de woorden van een terrorist, dat 11 september het 'begin van het einde van Amerika' zou zijn. Door te proberen onze steden in moordvelden te veranderen, geloofden terroristen en hun bondgenoten dat ze de vastberadenheid van deze natie konden vernietigen en onze terugtrekking van de wereld konden forceren. Ze hebben gefaald. (Applaus.)

In de slag om Afghanistan hebben we de Taliban vernietigd, veel terroristen en de kampen waar ze trainden. We blijven het Afghaanse volk helpen wegen aan te leggen, ziekenhuizen te herstellen en al hun kinderen op te voeden. Maar we hebben ook gevaarlijk werk te voltooien. Op dit moment is een Special Operations-taskforce, geleid door de 82nd Airborne, op het spoor van de terroristen en degenen die de vrije regering van Afghanistan willen ondermijnen. Amerika en onze coalitie zullen afmaken wat we zijn begonnen. (Applaus.)

Van Pakistan tot de Filippijnen tot de Hoorn van Afrika, we jagen op al-Qaeda-moordenaars. Negentien maanden geleden heb ik beloofd dat de terroristen niet zouden ontsnappen aan de geduldige gerechtigheid van de Verenigde Staten. En sinds vanavond is bijna de helft van al-Qaeda's hooggeplaatste agenten gevangengenomen of gedood. (Applaus.)

De bevrijding van Irak is een cruciale stap vooruit in de campagne tegen terreur. We hebben een bondgenoot van Al Qaeda verwijderd en een bron van terrorismefinanciering afgesneden. En zoveel is zeker: geen enkel terroristisch netwerk zal massavernietigingswapens krijgen van het Iraakse regime, want het regime bestaat niet meer. (Applaus.)

In deze 19 maanden die de wereld hebben veranderd, zijn onze acties gericht en weloverwogen geweest en in verhouding tot het misdrijf. We zijn de slachtoffers van 11 september niet vergeten -- de laatste telefoontjes, de kille moord op kinderen, de huiszoekingen in het puin. Met die aanslagen verklaarden de terroristen en hun aanhangers de oorlog aan de Verenigde Staten. En oorlog is wat ze kregen. (Applaus.)

Onze oorlog tegen het terrorisme verloopt volgens principes die ik aan iedereen duidelijk heb gemaakt: elke persoon die betrokken is bij het plegen of plannen van terroristische aanslagen tegen het Amerikaanse volk wordt een vijand van dit land en een doelwit van de Amerikaanse justitie. (Applaus.)

Elke persoon, organisatie of regering die terroristen ondersteunt, beschermt of herbergt, is medeplichtig aan de moord op onschuldigen en is evenzeer schuldig aan terroristische misdrijven.

Elk vogelvrij regime dat banden heeft met terroristische groeperingen en massavernietigingswapens zoekt of bezit, vormt een groot gevaar voor de beschaafde wereld -- en zal worden aangepakt. (Applaus.)

En iedereen in de wereld, inclusief de Arabische wereld, die werkt en offers brengt voor vrijheid, heeft een trouwe vriend in de Verenigde Staten van Amerika. (Applaus.)

Klik hier voor een foto-essay van de USS Abraham Lincoln.

Onze toewijding aan vrijheid is Amerika's traditie -- die bij onze oprichting werd bevestigd in Franklin Roosevelt's Four Freedoms die zijn vastgelegd in de Truman-doctrine en in Ronald Reagans uitdaging voor een kwaadaardig rijk. We zetten ons in voor vrijheid in Afghanistan, in Irak en in een vreedzaam Palestina. De opmars van vrijheid is de zekerste strategie om de aantrekkingskracht van terreur in de wereld te ondermijnen. Waar vrijheid heerst, maakt haat plaats voor hoop. Wanneer de vrijheid zich aandient, richten mannen en vrouwen zich op het vreedzame streven naar een beter leven. Amerikaanse waarden en Amerikaanse belangen leiden in dezelfde richting: wij staan ​​voor menselijke vrijheid. (Applaus.)

De Verenigde Staten handhaven deze principes van veiligheid en vrijheid op vele manieren -- met alle instrumenten van diplomatie, wetshandhaving, inlichtingen en financiën. We werken samen met een brede coalitie van landen die de dreiging begrijpen en onze gedeelde verantwoordelijkheid om deze het hoofd te bieden. Het gebruik van geweld was - en blijft - ons laatste redmiddel. Toch kan iedereen weten, vriend en vijand, dat onze natie een missie heeft: we zullen bedreigingen voor onze veiligheid beantwoorden en we zullen de vrede verdedigen. (Applaus.)

Onze missie gaat door. Al Qaida is gewond, niet vernietigd. De verspreide cellen van het terroristische netwerk zijn nog steeds actief in veel landen, en we weten uit dagelijkse inlichtingen dat ze blijven samenzweren tegen vrije mensen. De verspreiding van dodelijke wapens blijft een ernstig gevaar. De vijanden van de vrijheid zitten niet stil, en wij ook niet. Onze regering heeft ongekende maatregelen genomen om het vaderland te verdedigen. En we zullen doorgaan met het opsporen van de vijand voordat hij kan toeslaan. (Applaus.)

De oorlog tegen het terrorisme is nog niet voorbij, maar het is ook niet eindeloos. We kennen de dag van de uiteindelijke overwinning niet, maar we hebben het tij zien keren. Geen enkele daad van de terroristen zal ons doel veranderen, of onze vastberadenheid verzwakken, of hun lot veranderen. Hun zaak is verloren. Vrije naties zullen doorgaan naar de overwinning. (Applaus.)

Andere naties in de geschiedenis hebben in vreemde landen gevochten en zijn gebleven om te bezetten en uit te buiten. Amerikanen willen na een veldslag niets liever dan naar huis terugkeren. En dat is jouw richting vanavond. (Applaus.) Na dienst in de Afghaanse en Iraakse strijdtonelen, na 100.000 mijl, op de langste inzet van een vliegdekschip in de recente geschiedenis, bent u op weg naar huis. (Applaus.) Sommigen van jullie zullen voor het eerst nieuwe familieleden zien -- 150 baby's werden geboren terwijl hun vaders op de Lincoln zaten. Uw families zijn trots op u en uw land zal u verwelkomen. (Applaus.)

We zijn ons er ook van bewust dat sommige goede mannen en vrouwen de reis naar huis niet maken. Een van de slachtoffers, korporaal Jason Mileo, sprak vijf dagen voor zijn dood met zijn ouders. Jasons vader zei: 'Hij belde ons vanuit het centrum van Bagdad, niet om op te scheppen, maar om ons te vertellen dat hij van ons hield. Onze zoon was een soldaat.'

Elke naam, elk leven is een verlies voor ons leger, voor onze natie en voor de dierbaren die rouwen. Er is geen thuiskomst voor deze gezinnen. Toch bidden we dat hun hereniging op Gods tijd zal komen.

Degenen die we verloren zijn voor het laatst gezien tijdens dienst. Hun laatste daad op deze aarde was het bestrijden van een groot kwaad en het brengen van vrijheid aan anderen. Jullie allemaal -- allemaal in deze generatie van ons leger -- hebben de hoogste roeping in de geschiedenis opgepakt. Je verdedigt je land en beschermt de onschuldigen tegen schade. En waar je ook gaat, je draagt ​​een boodschap van hoop met je mee -- een boodschap die oud en altijd nieuw is. In de woorden van de profeet Jesaja: "Voor de gevangenen, 'kom eruit', en voor hen die in duisternis zijn: 'wees vrij'."

Bedankt voor het dienen van ons land en onze zaak. Moge God u allen zegenen, en moge God Amerika blijven zegenen. (Applaus.)


December 2003 en daarna: CPA Head weigert toezicht, werkt op eigen initiatief

Bestuurder van de voorlopige autoriteit van de coalitie L. Paul Bremer (zie 1 mei 2003) bevestigt zijn onafhankelijkheid van het toezicht van de Amerikaanse regering, een standpunt dat wordt bijgestaan ​​door minister van Defensie Donald Rumsfeld. Bremer is formeel gepland om aan Rumsfeld te rapporteren, maar zegt dat Rumsfeld geen directe autoriteit over hem heeft. In plaats daarvan, benadrukt Bremer, rapporteert hij rechtstreeks aan het Witte Huis. Rumsfeld, die gewoonlijk zijn bureaucratische prerogatieven angstvallig beschermt, zegt tegen Nationale Veiligheidsadviseur Condoleezza Rice: 'Hij werkt niet voor mij. Hij werkt voor jou (zie eind september 2003). Maar Bremer is ook niet bereid om aan Rice of de Nationale Veiligheidsraad (NSC) te rapporteren. Het Witte Huis had al aangekondigd dat het niet van plan was een grote rol te spelen bij het begeleiden van de wederopbouw van Irak, en de uitvoerende stuurgroep van de NSC, die in 2002 was opgericht om de oorlogsinspanningen te coördineren, is ontbonden. Ten slotte weigert Bremer botweg om zich te onderwerpen aan het toezicht van Rice. Dientengevolge heeft Bremer op eigen gezag al fundamentele beleidswijzigingen doorgevoerd die in strijd zijn met wat de planners van het Pentagon van plan waren (zie 16 mei 2003 en 23 mei 2003), met wat velen denken dat het zal zijn of al hebben veroorzaakt 8212 rampzalige gevolgen. [Roberts, 2008, blz. 128-129]


Mei 2003 in Irak - Geschiedenis

Door MARK OLIVA | STERREN EN STREPEN Gepubliceerd: 27 mei 2003

Het is zenuwslopend als je je realiseert dat het staccato machinegeweervuur ​​aan de overkant je niet langer schrikt.

Ik keek op van mijn plek in de schaduw naar een militair hospitaal naast het VN-hoofdkwartier in Bagdad en zag dat ook geen van de mariniers om me heen zich zorgen maakte.

Na een tijdje leer je gewoon om te zien of rondes binnenkomen, uitgaan of ver genoeg weg zijn dat je je geen zorgen hoeft te maken. Dat is wat oorlog met een man doet. Het scherpt de zintuigen en verdooft tegelijkertijd de zenuwen.

Het was niet altijd zo. Drie weken eerder hing ik achter Humvees in de Koeweitse woestijn, het zweet stroomde over mijn gezicht terwijl ik ademde door het filter van mijn gasmasker. Iraakse troepen lanceerden Scuds, en elke keer dat er een omhoog ging, gingen we naar de grond.

Ik ontmoette voor het eerst de Marines of Golf Company, 2nd Battalion, 23rd Marines in Camp Coyote, Koeweit. Het waren Spartanen die in Spartaanse omstandigheden leefden. Terugkijkend echter, het leek alsof de schoot van luxe. Grote bruine tenten, elektriciteit, twee maaltijden per dag en douches met waterflessen in het kamp werden zoete herinneringen nadat we de grens met Irak waren overgestoken.

Dat was 20 maart, de dag dat het bataljon door de “bres” de geschiedenis in reed. We pakten ons als sardientjes achterin 7-tons vrachtwagens, snikheet in de woestijnhitte en stikten in het stof dat door eindeloze konvooien werd opgeworpen. Dit was de laatste keer dat ik echt wist wat de datum was tot we in Bagdad aankwamen. Het bijhouden van de werkelijke datums werd zinloos, zo niet onmogelijk.

In plaats daarvan draaide het om gebeurtenissen. Zoals de dag dat de compagnie door Nasiriyah reed, dezelfde stad waar Army Pfc. Jessica Lynch en vijf andere soldaten werden gevangengenomen en mariniers probeerden het uit te vechten met Fedayeen Saddam-troepen. Nerveuze vingers op geweertrekkers vervingen de verveling van het stuiteren in vrachtwagenbedden.

Er was reden om bang te zijn. De stad zag eruit als een foto rechtstreeks uit Hue City, Vietnam, het toneel van de beruchte straatgevechten meer dan 30 jaar geleden. Pas toen het konvooi zich aan de andere kant van de stad bevond, realiseerden de mariniers zich dat het grootste deel van het geweervuur ​​uitgaand was. En pas toen realiseerde ik me dat ik de geleende M-16 nog nooit had neergelegd om mijn camera op te halen.

De weg naar het noorden was een constante run-and-gun. Mortiervuur ​​leek non-stop. De mariniers leefden in hun chemische pakken. Voeten rotten omdat niemand durfde te slapen zonder rubberen overlaarzen. Gaswaarschuwingen kwamen op alle uren, dag en nacht, en iedereen leerde in de schaduw van de dood te leven.

Er zijn beelden, geluiden en geuren die nooit verdwijnen na een gevecht. Lichamen van dode Irakezen, verwrongen, in tweeën gescheurd en verminkt, lagen bezaaid met wegen. De misselijkmakende, zoete geur van verbrand vlees blijft dagenlang in de neusgaten hangen. Handen barsten en bloeden omdat ze zo droog zijn. De huid pelt af in dikke lagen en het haar is dik met gruis en olie.

T-shirts en ondergoed worden dagenlang gedragen, lang genoeg dat mariniers grapten dat ze hun eigen biologisch gevaarlijke wapens in de zitting van hun broek droegen. Er zijn geen remmingen op het slagveld. Je neemt een buddy mee als je jezelf ontlast, want de laatste plaats waar je neergeschoten wilt worden is aan de achterkant terwijl je over een gat in de grond hurkt.

Maar dit zijn de tijden die mariniers maken. Ze leren over elkaars dromen, elkaars families. Kpl. Van Bayless liet een vrouw achter die zijn eerste kind draagt. Kapitein Paul Wendler heeft alleen een e-mailfoto gezien van zijn pasgeboren zoon, Paul Wendler IV. Brieven die voor de oorlog zijn ontvangen, zijn ezelsoren en aan flarden. Post is niet gekomen. Zelfs chows worden een tijdje teruggebracht tot één per dag en water is zo kostbaar als kogels.

Trouwringen worden aan horlogebanden vastgemaakt omdat ze niet langer aan de vingers blijven zitten. Ze zijn te veel afgevallen.

Ze zouden een moord doen voor een koud biertje, en voor één keer zouden ze graag de hamburger Meal Ready to Eat in handen krijgen.

Nog maar een dag

De verwachtingen slinken. Ze willen gewoon 's ochtends wakker worden. Ze willen het gewoon tot het einde van de dag halen.

En er zijn hartverscheurende scènes. Burgers gedood. Het nieuws over omgekomen mariniers van naburige eenheden sijpelde binnen. Onderofficier van de marine 3e klasse Tom Wiegmann, een corpsman in het bedrijf, knielde langs de kant van een weg om een ​​Iraakse baby te behandelen die aan een ademstilstand leed.

Hij kon niets anders doen dan het kind in een vochtige doek wikkelen en zijn moeder naar het plaatselijke ziekenhuis sturen, waar hij wist dat er geen kinderantibiotica zouden zijn.

'De baby zal morgenochtend dood zijn,' zei hij met een diepe zucht. Nog hartverscheurender voor Wiegmann. Hij en zijn vrouw hebben jarenlang geprobeerd om zelf een kind te krijgen.

Maar dit is een gevecht. Dit is oorlog. Autoclaxons sturen angst door de ribbenkast. Het is misschien een passerende Irakees, maar het is ook het geluid dat waarschuwt voor gas. Niemand zegt het 'G'-woord. Dat stuurt iedereen op zoek naar gasmaskers.

Wat kleine mariniers wel tegen elkaar zeggen, is een taal die zo doorspekt is met krachttermen dat moeders zouden huilen als ze het wisten. Ze leven in holen die uit de uitgedroogde grond zijn geschraapt. Ze kunnen niet tegen de gedachte aan nog een dag achter in de vrachtwagen, maar zouden er alles aan doen om uit de brandende zon te komen. Hun huid is de schaduw van een kokosnoot, deels door de zon, maar vooral door vuil. En dat is oké, want het regent in ieder geval niet.

Elke dag is een moreel conflict. De dageraad brengt een nieuwe dag dat de mariniers misschien iemand moeten doden. Of misschien worden ze zelf vermoord. En daar zijn ze klaar voor. Ze bidden voor hun veiligheid, maar smeken om een ​​gevecht.

Elke marinier heeft genoeg vuurkracht om een ​​klein dorp te vernietigen. Ze willen in de mix komen. Ze willen dat de vijand standhoudt en vecht. Niet schieten en rennen. Of verschuilen achter kinderen. Ze zijn getraind om te doden, maar burgerdoden doen hen huiveren.

Meestal willen ze er gewoon vanaf. Ze willen naar huis, maar thuis is aan de andere kant van Bagdad, dus als het konvooi naar de stadsgrenzen kruipt, is er hernieuwde kracht.

Dit is een gevecht

Maar dit is een gevecht. De nacht voordat ze de stad binnenkomen, wordt een naburig bedrijf zwaar onder vuur genomen en het is aan de Marines of Golf Company om de volgende ochtend het hoofdkwartier van de Speciale Republikeinse Garde in Bagdad te bestormen.

Bagdad. Aanzienlijk genoeg voor mij om een ​​kalender uit te zoeken en uit te zoeken. Het is 9 april.

Een belofte van 15 minuten artillerievuur gaat niet door. Slechts zeven ronden landen voordat tanks gaten in de muur schieten en mariniers raketten afvuren in wachttorens. Inmiddels houdt het gedonder van geweervuur ​​de mariniers niet langer tegen.

Ze gaan door en trappen open deuren. Voorbij het hoofdkwartier is de VN-compound, en Irakezen plunderen alles wat niet is vastgeschroefd. Mensen die geen schoenen kunnen betalen, dragen flatscreen-computerschermen bij de armlast totdat mariniers ze wegspoelen. En doe het nog een keer in het ziekenhuis ernaast.

Een marinier liet een briefje achter op een bureau in de VN-compound.

"Sorry dat je kantoren zijn verwoest", stond er. “We hebben gedaan wat we konden.”

Dit is zo ver noordelijk als ik ga.

Ik verlaat de mariniers nadat ik een paar dozijn e-mailberichten heb verzameld die ik beloof te versturen. De staccato machinegeweren klinken, maar niemand rammelt. Ik knuffel de mariniers die ik broers noem voordat ik ga. We maken een paar foto's en binnen een paar dagen ben ik terug bij mijn familie.

En dat is ook hartverscheurend. Op het vliegveld zegt mijn 3-jarige zoon, die niet oud genoeg is om oorlog te begrijpen, tegen me: "Ik ben je kwijt, papa."

'Maar je hebt me gevonden,' zeg ik tegen hem. Mijn 10-jarige dochter zegt niets. Haar tranen zeggen alles.

Ze achterlaten

Ik ben blij dat ik thuis ben, maar voel me schuldig. Schuldig dat mijn vrouw het huis brandschoon hield voor het geval er iemand op de deur klopte om haar te vertellen dat er iets mis was. Schuldig omdat ik haar niet kon vertellen dat ze zich geen zorgen moest maken. Schuldig dat ik eindelijk kon douchen. Schuldig dat ik niet meer met een gasmasker naast mijn hoofd hoef te slapen en schuldig dat de mariniers die ik broers noemde nog geen eigen welkom thuis hebben gehad.

Ik ben een marinier. Een sergeant om precies te zijn, en mariniers laten mariniers niet achter. Ik mis het geluid van de mariniers die me 'Gunny' noemen. De mannen met wie ik de oorlog deelde zijn mijn broers, niet omdat we hetzelfde uniform dragen, maar omdat ik hen mijn leven toevertrouwde, en zij mij het hunne.

Ze vertrouwden erop dat ik hun verhaal zou vertellen. Ik at met hen en sliep naast hen. Ik hurkte achter vrachtwagens met een gasmasker op, biddend dat Scuds niet als volgende op ons zouden landen en omhelsde ze toen ik wegging terwijl machinegeweervuur ​​in de verte wegraasde.

Pas toen merkte ik hoe zenuwslopend het was dat het geweervuur ​​me niet meer deed schrikken.

Mariniers houden de wacht over gewonde vijandelijke gevangenen tijdens de opzwepende wind van een zandstorm ten noorden van Nasiriyah, Irak.
MARK OLIVA / S&S


Geschiedenis Bytez

De 2003 invasie van Irak duurde van 20 maart tot 1 mei 2003 en luidde het begin in van de oorlog in Irak, die door de Verenigde Staten Operatie Iraqi Freedom werd genoemd (vóór 19 maart heette de missie in Irak Operatie Enduring Freedom, een overdracht van de oorlog in Afganistan). De invasie bestond uit 21 dagen van grote gevechtsoperaties, waarbij een gecombineerde troepenmacht van de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, Australië en Polen Irak binnenviel en de Ba'8217athistische regering van Saddam Hoessein afzette. De invasiefase bestond voornamelijk uit een conventioneel uitgevochten oorlog die eindigde met de verovering van de Iraakse hoofdstad Bagdad door Amerikaanse troepen.

160.000 troepen werden door de coalitie naar Irak gestuurd tijdens de eerste invasiefase, die duurde van 19 maart tot 9 april 2003. Ongeveer 130.000 troepen werden alleen vanuit de VS gestuurd, met ongeveer 28.000 Britse soldaten, Australië (2.000) en Polen (194 ). 36 andere landen waren betrokken bij de nasleep ervan. Ter voorbereiding op de invasie waren op 18 februari 100.000 Amerikaanse troepen verzameld in Koeweit. De coalitietroepen kregen ook steun van Koerdische ongeregeldheden in Iraaks Koerdistan.

Volgens de Amerikaanse president George W. Bush en de Britse premier Tony Blair was de missie van de coalitie om Irak te ontwapenen van massavernietigingswapens, een einde te maken aan de steun van Saddam Hoessein voor het terrorisme en het Iraakse volk te bevrijden. Generaal Wesley Clark, de voormalige opperbevelhebber van de NAVO en de directeur van de afdeling Strategie en Beleid van de gezamenlijke stafchefs, beschrijft in zijn boek uit 2003: Moderne oorlogen winnen, zijn gesprek met een militaire officier in het Pentagon kort na de aanslagen van 11 september over een plan om binnen vijf jaar zeven landen in het Midden-Oosten aan te vallen:

'Toen ik in november 2001 terugging door het Pentagon, had een van de hoge officieren van de militaire staf tijd voor een praatje. Ja, we lagen nog steeds op schema om tegen Irak in te gaan, zei hij. Maar er was meer. Dit werd besproken als onderdeel van een vijfjarig campagneplan, zei hij, en er waren in totaal zeven landen, te beginnen met Irak, daarna Syrië, Libanon, Libië, Iran, Somalië en Soedan.'

Anderen leggen veel meer nadruk op de impact van de aanslagen van 11 september 2001, en de rol die dit speelde bij het veranderen van Amerikaanse strategische berekeningen en de opkomst van de vrijheidsagenda. Volgens Blair was de aanleiding het falen van Irak om een ​​'laatste kans' te grijpen om zichzelf te ontwapenen van vermeende nucleaire, chemische en biologische wapens die Amerikaanse en Britse functionarissen een onmiddellijke en ondraaglijke bedreiging voor de wereldvrede noemden.

In een CBS-enquête van januari 2003 had 64% van de Amerikanen militaire actie tegen Irak goedgekeurd, maar 63% wilde dat Bush een diplomatieke oplossing zou vinden in plaats van oorlog te voeren, en 62% geloofde dat de dreiging van terrorisme tegen de VS zou toenemen als gevolg van naar oorlog. De invasie van Irak werd fel bestreden door enkele al lang bestaande Amerikaanse bondgenoten, waaronder de regeringen van Frankrijk, Duitsland en Nieuw-Zeeland. Hun leiders voerden aan dat er geen bewijs was van massavernietigingswapens in Irak en dat een invasie van het land niet gerechtvaardigd was in de context van UNMOVIC's rapport van 12 februari 2003. Op 15 februari 2003, een maand voor de invasie, waren er wereldwijd protesten tegen de oorlog in Irak, waaronder een betoging van drie miljoen mensen in Rome, die in het Guinness Book of Records wordt vermeld als de grootste anti-oorlogsbetoging ooit. Volgens de Franse academicus Dominique Reynié hebben tussen 3 januari en 12 april 2003 36 miljoen mensen over de hele wereld deelgenomen aan bijna 3.000 protesten tegen de oorlog in Irak.

Ed.

Er waren geen massavernietigingswapens. Ik zou willen stellen dat (in de toekomst, zo niet nu) de acties van de VS en hun bondgenoten zullen worden gezien als een van de grote rampen op het gebied van buitenlands beleid van de 21e eeuw. De wereld is aantoonbaar veel gevaarlijker en onstabieler dan voordat de VS reageerden op de aanslagen van 11 september 2001.


Irak Tijdlijn: 2002?2003

Door Borgna Brunner

In de State of the Union-toespraak van president George W. Bush identificeert hij Irak, samen met Iran en Noord-Korea, als een 'as van het kwaad'. Hij zweert dat de VS "niet zullen toestaan ​​dat 's werelds gevaarlijkste regimes ons bedreigen met 's werelds meest destructieve wapens."

De VN-Veiligheidsraad herziet de sancties tegen Irak, nu elf jaar oud, en vervangt ze door "slimme sancties" die bedoeld zijn om meer civiele goederen het land binnen te laten en tegelijkertijd militaire en dual-use uitrusting (militaire en civiele ).

President Bush introduceert in een toespraak op West Point publiekelijk de nieuwe verdedigingsdoctrine van voorkoop. In sommige gevallen, zo stelt de president, moeten de VS eerst toeslaan tegen een andere staat om te voorkomen dat een potentiële dreiging uitgroeit tot een echte: "Onze veiligheid vereist dat alle Amerikanen klaar zijn voor preventieve actie wanneer dat nodig is om onze vrijheid te verdedigen en om ons leven te verdedigen.

President Bush spreekt de VN toe en daagt de organisatie uit om snel haar eigen resoluties tegen Irak af te dwingen. Als dat niet het geval is, stelt Bush, hebben de VS geen andere keuze dan zelf op te treden tegen Irak.

Het congres keurt een aanval op Irak goed.

De VN-Veiligheidsraad keurt unaniem resolutie 1441 goed, waarin zware nieuwe wapeninspecties worden opgelegd aan Irak en nauwkeurige, ondubbelzinnige definities van wat een "materiële schending" van de resolutie inhoudt. Als Irak de resolutie schendt, wordt het geconfronteerd met "ernstige gevolgen", die de Veiligheidsraad vervolgens zou bepalen.

VN-wapeninspecteurs keren voor het eerst in bijna vier jaar terug naar Irak.

Irak dient een verklaring van 12.000 pagina's in over zijn chemische, biologische en nucleaire activiteiten en beweert dat het geen verboden wapens heeft.

President Bush keurt de inzet van Amerikaanse troepen in de Golfregio goed. Tegen maart zullen daar naar schatting 200.000 troepen gestationeerd zijn. Britse en Australische troepen zullen zich de komende maanden bij hen voegen.

VN-inspecteurs ontdekken 11 niet-aangegeven lege chemische kernkoppen in Irak.

Het formele rapport van de VN over de Iraakse inspecties is zeer kritisch, maar niet vernietigend, met de belangrijkste VN-wapeninspecteur Hans Blix die stelt dat "Irak de ontwapening die van het land werd geëist niet echt lijkt te hebben geaccepteerd, zelfs niet vandaag."

In zijn State of the Union-toespraak kondigt president Bush aan dat hij bereid is Irak aan te vallen, zelfs zonder VN-mandaat.

In een VN-rapport van februari gaf hoofdinspecteur van de VN, Hans Blix, aan dat er lichte vooruitgang was geboekt in de samenwerking met Irak. Zowel pro- als anti-oorlogslanden waren van mening dat het rapport hun standpunt ondersteunde.

Over de hele wereld vinden massale vredesdemonstraties plaats.

Hans Blix beveelt Irak om zijn Al Samoud 2-raketten voor 1 maart te vernietigen. De VN-inspecteurs hebben vastgesteld dat de raketten een illegaal bereik hebben. Irak kan raketten hebben die buurlanden bereiken, maar geen raketten die Israël kunnen bereiken.

De VS, Groot-Brittannië en Spanje dienen een voorstel voor een resolutie in bij de VN-Veiligheidsraad waarin staat dat "Irak heeft gefaald in de laatste kans die het in resolutie 1441 wordt geboden", en dat het nu tijd is om het gebruik van militair geweld tegen de land.

Frankrijk, Duitsland en Rusland dienen een informele tegenresolutie in bij de VN-Veiligheidsraad waarin staat dat de inspecties moeten worden geïntensiveerd en uitgebreid om ervoor te zorgen dat er "een reële kans is op een vreedzame oplossing van deze crisis", en dat "de militaire optie zou slechts een laatste redmiddel moeten zijn."

Irak begint zijn Al Samoud-raketten te vernietigen.

De intensieve lobby-inspanningen van de VS en Groot-Brittannië onder de andere leden van de VN-Veiligheidsraad leveren slechts vier aanhangers op (naast de VS en Groot-Brittannië, Spanje en Bulgarije) negen van de vijftien stemmen (en geen veto van de vijf permanente leden) zijn vereist voor de passage van de resolutie. De VS besluiten niet om een ​​stemming over de resolutie op te roepen.

Alle diplomatieke inspanningen worden stopgezet wanneer president Bush een ultimatum stelt aan Saddam Hoessein om het land binnen 48 uur te verlaten, anders wordt hij aangevallen.

President Bush verklaart de oorlog aan Irak.

De oorlog tegen Irak begint 5:30 BEN Bagdad tijd (9:30 P.M EST, 19 maart), wanneer de VS Operatie Iraqi Freedom lanceren. De eerste luchtaanval van de oorlog, een 'onthoofdingsaanval' genoemd, probeerde Saddam Hoessein en andere Iraakse leiders in Bagdad aan te vallen.

De VS lanceren een tweede ronde van luchtaanvallen op Bagdad en grondtroepen komen het land voor de eerste keer binnen en steken vanuit Koeweit Zuid-Irak over. Minister van Defensie Donald Rumsfeld beweert dat de beginfase van de oorlog mild is vergeleken met wat komen gaat: "Wat zal volgen zal geen herhaling zijn van een ander conflict. Het zal van een kracht en een omvang en een schaal zijn die is dan wat we eerder hebben gezien."

De belangrijkste fase van de oorlog begint met zware luchtaanvallen op Bagdad en andere steden. De campagne, die vooraf door het Pentagon werd aangekondigd als een overweldigend spervuur ​​dat bedoeld was om "shock en ontzag" te wekken, is in werkelijkheid ingetogener.

Troepen marcheren binnen 60 mijl van Bagdad. Onderweg stuiten ze op veel sterker verzet van Iraakse soldaten en paramilitaire strijders, vooral in steden als Nassiriya en Basra.

Ongeveer 1.000 parachutisten landen in het door Koerden gecontroleerde Irak om een ​​noordelijk front te openen.

Amerikaanse mariniers en legertroepen lanceren de eerste aanval op de Iraakse Republikeinse Garde, ongeveer 65 mijl buiten Bagdad. Minister van Defensie Donald Rumsfeld weert kritiek dat de VS niet genoeg grondtroepen van het leger in Irak heeft ingezet.

Speciale operatietroepen redden Pfc. Jessica Lynch uit een ziekenhuis in Nasiriya. She was one of 12 members of the 507th Ordnance Maintenance Company captured by Iraqi troops on March 23.

U.S. tanks roll into the Iraqi capital and engage in firefights with Iraqi troops. Resistance weaker than anticipated. Heavy Iraqi casualties.

British forces take control of Basra, Iraq's second-largest city.

The fall of Baghdad: U.S. forces take control the city, but sporadic fighting continues throughout the capital.

Kirkuk falls to Kurdish fighters.

Marines rescue five U.S. soldiers captured by Iraqi troops on March 23 in Nasiriya, and two pilots who had been shot down on March 24 near Karbala.

Major fighting in Iraq is declared over by the Pentagon, after U.S. forces take control of Tikrit, Saddam Hussein's birthplace and the last city to exhibit strong Iraqi resistance. Saddam Hussein's whereabouts remain unknown.

Gen. Jay Garner, appointed by the United States to run post-war Iraq until a new government is put in place, met with various Iraqi leaders to begin planning the new Iraqi federal government.

The U.S. declares an end to major combat operations.

A new civil administrator takes over in Iraq. Paul Bremer, a diplomat and former head of the counter-terrorism department at the State Department, replaces Jay Garner, who was seen as ineffective in stemming the continuing lawlessness and violence taking place throughout Iraq.

The UN Security Council approves a resolution lifting the economic sanctions against Iraq and supporting the U.S.-led administration in Iraq.

In separate speeches, U.S. secretary of state Colin Powell and British prime minister Tony Blair deny that intelligence about Iraq's weapons of mass destruction was distorted or exaggerated to justify an attack on Iraq. Both administrations face mounting questions because no weapons of mass destruction (WMD) have been found. Each had claimed that Iraq's WMD were an imminent threat to world security.

Operation Desert Scorpion launched, a military campaign meant to defeat organized Iraqi resistance against American troops. U.S. and British troops face continued attacks about one American soldier has been killed per day since the end of combat was declared.

Bush administration concedes that evidence that Iraq was pursuing a nuclear weapons program by seeking to buy uranium from Africa, cited in January State of the Union address and elsewhere, was unsubstantiated and should not have been included in speech. Over summer Tony Blair faces even stronger criticism than his American counterpart concerning flawed intelligence.

Iraq's interim governing council, composed of 25 Iraqis appointed by American and British officials, is inaugurated. The council has power to name ministers and will help draw up a new constitution for the country. The American administrator Paul Bremer, however, retains ultimate authority.

Gen. John Abizaid, commander of allied forces in Iraq who replaced retiring general Tommy Franks on July 7, calls continued attacks on coalition troops a "guerrilla-type campaign" and says soldiers who will replace current troops may be deployed for year-long tours.

U.S. combat deaths in Iraq reach 147, the same number of soldiers who died from hostile fire in the first Gulf War 32 of those deaths occurred after May 1, the officially declared end of combat.

Saddam Hussein's sons, Uday and Qusay Hussein, die in a firefight in a Mosul palace.

U.S. combat and noncombat casualties reach 255 at 100-day mark after declared end of combat on May 1 43 British have died.

Suicide bombing destroys UN headquarters in Baghdad, killing 24, including top envoy Sergio Vieira de Mello, and wounding more than 100.

A bomb kills one of Iraq's most important Shi'ite leaders, Ayatollah Muhammad Bakr al-Hakim, as well as about 80 others, and wounds 125.

Continued violence and slow progress in Iraq lead to President Bush's announcement that $87 billion is needed to cover additional military and reconstruction costs.

According to an interim report by David Kay, the lead investigator searching for weapons of mass destruction in Iraq, no WMDs have been found as yet.

White House reorganizes its reconstruction efforts in Iraq, placing National Security Adviser Condoleezza Rice in charge and diminishing the role of the Pentagon.

The UN Security Council unanimously approves the U.S. and UK resolution on Iraq's reconstruction, which supports an international force in the country under U.S. authority. Several countries originally opposed the resolution unless Washington agreed to a faster timetable for transferring power to the Iraqis, but in the end voted for the resolution without requiring changes.

The Madrid Conference, an international donors' conference of 80 nations to raise funds for the reconstruction of Iraq, yielded $13 billion in addition to the $20 billion already pledged by the United States. This amount fell short of the overall target of raising $56 billion, the figure the World Bank and the UN estimated that Iraq needs over the next four years.

Four coordinated suicide attacks in Baghdad kill 43 and wounded more than 200. Targets included the headquarters of the Red Crescent (Islamic Red Cross) and three police stations.

In the single deadliest strike since the Iraq war began, guerrillas shoot down an American helicopter, killing 16 U.S. soldiers and injuring 21 others.

Other attacks over the course of the month make it the bloodiest since the war began: at least 75 U.S. soldiers die.

The Bush Administration reverses policy and in a deal with the Iraqi Governing Council, agrees to transfer power to an interim government in early 2004.

A directive issued by Paul Wolfowitz, deputy secretary of defense, bars France, Germany, Canada, Mexico, China, and Russia from bidding on lucrative contracts for rebuilding Iraq, creating a diplomatic furor.

Iraq's deposed leader Saddam Hussein is captured by American troops. The former dictator was found hiding in a hole near his hometown of Tikrit and surrendered without a fight.


If the Americans co-opted the Baathists after the 2003 invasion of Iraq?

The Shia and Kurds who democracy was going to put in office would never accept the Sunni officer corps as it stood as it had a habit of couping civilians leaders.

It needed at least the real veneer of a new army. Not as much as we changed, but not as much as the no change advocates supported.

The Iraqi Army had a pretty good logistics system that worked for them they used paper notes for. We ‘helped’ by bringing in NATO computers we use for logistics for them to use. They couldn’t use them and their logistics went belly up.

As for conscription I support it for armies. It would be a good idea for Iraq today, but the 40s Red Army is probably not a model they should return to.

It might have made sense to progress the old army (reclassified somewhat) to something closer to 80s Soviet while slowly building a shell of a new one like NATO wanted under their specifications.

Strategos' Risk

Jmc247

The ordinary soldiers just want competent people who won’t kick the shit about of them for stupid stuff. They don’t care if they are Sunni or Shia. The political elite want protection that a cabal of officers isn’t going to kill them. There were ways to make it all happen while shifting some of the more problematic or threatening officers to paramilitary units outside of the army.

We sort of did create units such as the ERU’s or Emergency Response Units for problematic people. We needed a place for Republican Guard and former militia it took some time to think of and execute the idea.

The US Congress blacklisted the force because of their issues violating the rules of war. We made compromises as time went on with the war on who we would work with.

Reggieperrin

As someone nominally pretty negative about Bremer’s decisions when we entered Iraq their army had fallen apart during the war and there were a few US generals on the ground who also argued to start from scratch.

The Saddam era security forces also were in truth a war crimes machine and not very competent to boot. The Iraqi Army not even getting into that of the Republican Guard or militias had committed crimes every bit comparable to the German Army on the Eastern front. Being seen as bending over backwards to them would have caused a Shia revolt.

Jmc247

I am not sure what you mean?

On some level I think it’s best to just have Ryan Crocker who was the best of our various ambassadors to Iraq discuss his vantage point on the situation in May 2003.

I think many of our diplomats were not quite as hard as the unforgiving political landscape of Iraq tends to reward, but it’s important to see their take.

Bakich: I’ve got my timeline right here. How far after CPA Orders 1 and 2 are we, or are we right there?
R. Crocker, 9/9–10/2010 58

Crocker: One and 2 were about the time I arrived so that was the first half of May. Riley: What was your reaction?
Crocker: I wasn’t much involved in the process because this was basically decided when Bremer took over. On the dissolution of the army, that to me was and still is a no-brainer. The army had already dissolved itself. If we wanted Saddam’s army to be a factor, we would have had to take active steps to reconstitute it. Had we done that we would have had that Shi’a revolt. This was Saddam’s army and if the signal we were sending is that those who have murdered and oppressed you are once again going to bear arms and be the dominant force in this country, we would have gotten it from both Shi’a and the Kurds. No question.
Riley: Was 1 consistent with the main thrust of the Future of Iraq planning? Crocker: On the dissolution of the army?
Riley: Yes.
Crocker: I’d have to look at the papers again. The Security Working Group, as I recall, said that we would have to move very quickly to stand up a new Iraqi security architecture, and that’s what we failed to do. We failed to do two things. Meghan O’Sullivan really worked hard at this to convince the American leadership that we had to move immediately and generously on pensions, and we didn’t. That was one mistake. The second mistake was that we were way too slow in organizing to establish that new force because again there was nothing in the order dissolving the Iraqi army. In fact, there was some explicit language saying they would be eligible to return to a new Iraqi security force. We were way too slow in making that happen.
Riley: How would that most logically have been constituted? If you decided that the old army is not—that that is a no-brainer as you say, is the only alternative to build it one person at a time?
Crocker: No, I think in a sense you use a few mirrors and a little bit of smoke. You immediately staff up for a mega military-training mission, open recruiting offices throughout the country. Say “you all come” with the expectation that a whole lot of former members of the Iraqi military would indeed come. You have a vetting process and then a command structure that ensures you haven’t just handed over the new corps to the former corps commander.
Riley: How realistic is it to assume that an enterprise that large could be stood up under those circumstances in a short period of time?
Crocker: It is to create the impression of momentum, that something positive is happening that could have really taken the heat out of the proto-insurgency. Because to actually organize this into a trained force is going to take years.
Riley: But I’m thinking not so much in terms of training it, but the virtue of keeping the same force in effect is that you have the manpower you need by reconstituting something. You’ve identified the deficiency in that avenue, which I take it is persuasive. But I’m wondering how realistic it is to assume that—how large was the military force at the time? Was it several hundred thousand people?
R. Crocker, 9/9–10/2010 59

Crocker: Oh, goodness, no, it was close to a million with reserves factored in.
Riley: So knowing what we know about the administration, how was it possible to identify a
million people and vet them in any kind of—
Crocker: There were two deficiencies: failure to pay pensions swiftly and failure to move to recruit a new force quickly. By establishing recruiting offices and pension offices you address both. For 90 percent of that million-man army there were no issues. These are the rank and file and junior enlisted who didn’t have a political orientation.
Bakich: And Shi’a.
Crocker: Yes, the bulk of Saddam’s army was Shi’a. That’s what we didn’t do.
Riley: But would it have been possible to have used the framework—the second order was the one about the Ba’athist—
Crocker: Right.
Riley: Could you not have taken that framework and applied it to the military?
Crocker: Of course, that would have been part of the vetting process. As far as Order Number 2, I looked at it at the time, and there were all sorts of exceptions and exemptions and processes for appeal. The problem was not in the order, the problem was in the implementation of the order, and the problem with the implementation is that it was an early transfer of sovereignty, if you will, that was largely given to the Iraqis to implement. And I’m not sure there’s any recourse to that for us. The profound impact of Ba’athism on the national psyche was so extraordinarily intense that if we were to have said, “We will decide whether your mother’s killer deserves redemption or not,” that could have opened up a huge host of problems. As it played out, this was not about accountability, it was about vengeance and political gain. How much risk are you ready to absorb in order to achieve the goals you can foresee? I’m not sure there was any way of handling the legacy of Ba’athism that would have led to different or better outcomes. Several may have led to worse outcomes.
Bakich: Was Chalabi at all involved in the implementation of the orders? Crocker: Yes.
Bakich: To what extent?
Crocker: He chaired the commission.
Riley: And the commission was responsible for setting up the guidelines or for actually—? Crocker: The order was ours, for implementing the order.
Bakich: Chalabi went beyond his writ.
Crocker: Let’s say he was well outside the spirit of the order.
R. Crocker, 9/9–10/2010 60


Bush makes historic speech aboard warship

ABOARD THE USS ABRAHAM LINCOLN (CNN) -- The following is an unedited transcript of President Bush's historic speech from the flight deck of the USS Lincoln, during which he declared an end to major combat in Iraq:

Bedankt. Dank u allen zeer.

Admiral Kelly, Captain Card, officers and sailors of the USS Abraham Lincoln, my fellow Americans, major combat operations in Iraq have ended. In the battle of Iraq, the United States and our allies have prevailed.

And now our coalition is engaged in securing and reconstructing that country.

In this battle, we have fought for the cause of liberty and for the peace of the world. Our nation and our coalition are proud of this accomplishment, yet it is you, the members of the United States military, who achieved it. Your courage, your willingness to face danger for your country and for each other made this day possible.

Because of you our nation is more secure. Because of you the tyrant has fallen and Iraq is free.

Operation Iraqi Freedom was carried out with a combination of precision and speed and boldness the enemy did not expect and the world had not seen before.

From distant bases or ships at sea, we sent planes and missiles that could destroy an enemy division or strike a single bunker. Marines and soldiers charged to Baghdad across 350 miles of hostile ground in one of the swiftest advances of heavy arms in history.

You have shown the world the skill and the might of the American armed forces.

This nation thanks all of the members of our coalition who joined in a noble cause. We thank the armed forces of the United Kingdom, Australia and Poland who shared in the hardships of war. We thank all of the citizens of Iraq who welcomed our troops and joined in the liberation of their own country.

And tonight, I have a special word for Secretary Rumsfeld, for General Franks and for all the men and women who wear the uniform of the United States: America is grateful for a job well done.

The character of our military through history, the daring of Normandy, the fierce courage of Iwo Jima, the decency and idealism that turned enemies into allies is fully present in this generation.

When Iraqi civilians looked into the faces of our service men and women, they saw strength and kindness and good will. When I look at the members of the United States military, I see the best of our country and I am honored to be your commander in chief.

In the images of fallen statues we have witnessed the arrival of a new era. For a hundred of years of war, culminating in the nuclear age, military technology was designed and deployed to inflict casualties on an ever-growing scale.

In defeating Nazi Germany and Imperial Japan, Allied forces destroyed entire cities, while enemy leaders who started the conflict were safe until the final days. Military power was used to end a regime by breaking a nation.

Today we have the greater power to free a nation by breaking a dangerous and aggressive regime.

With new tactics and precision weapons, we can achieve military objectives without directing violence against civilians.

No device of man can remove the tragedy from war, yet it is a great advance when the guilty have far more to fear from war than the innocent.

In the images of celebrating Iraqis we have also seen the ageless appeal of human freedom. Decades of lies and intimidation could not make the Iraqi people love their oppressors or desire their own enslavement.

Men and women in every culture need liberty like they need food and water and air. Everywhere that freedom arrives, humanity rejoices and everywhere that freedom stirs, let tyrants fear.

We have difficult work to do in Iraq. We're bringing order to parts of that country that remain dangerous. We're pursuing and finding leaders of the old regime who will be held to account for their crimes. We've begun the search for hidden chemical and biological weapons, and already know of hundreds of sites that will be investigated.

We are helping to rebuild Iraq where the dictator built palaces for himself instead of hospitals and schools.

And we will stand with the new leaders of Iraq as they establish a government of, by and for the Iraqi people.

The transition from dictatorship to democracy will take time, but it is worth every effort. Our coalition will stay until our work is done and then we will leave and we will leave behind a free Iraq.

The battle of Iraq is one victory in a war on terror that began on September the 11th, 2001 and still goes on.

That terrible morning, 19 evil men, the shock troops of a hateful ideology, gave America and the civilized world a glimpse of their ambitions. They imagined, in the words of one terrorist, that September the 11th would be the beginning of the end of America.

By seeking to turn our cities into killing fields, terrorists and their allies believed that they could destroy this nation's resolve and force our retreat from the world.

In the battle of Afghanistan, we destroyed the Taliban, many terrorists and the camps where they trained. We continue to help the Afghan people lay roads, restore hospitals and educate all of their children.

Yet we also have dangerous work to complete. As I speak, a special operations task force lead by the 82nd Airborne is on the trail of the terrorists and those who seek to undermine the free government of Afghanistan.

America and our coalition will finish what we have begun.

From Pakistan to the Philippines to the Horn of Africa, we are hunting down Al Qaida killers.

Nineteen months ago I pledged that the terrorists would not escape the patient justice of the United States. And as of tonight nearly one half of Al Qaida's senior operatives have been captured or killed.

The liberation of Iraq is a crucial advance in the campaign against terror. We have removed an ally of Al Qaida and cut off a source of terrorist funding.

And this much is certain: No terrorist network will gain weapons of mass destruction from the Iraqi regime, because the regime is no more.

In these 19 months that changed the world, our actions have been focused and deliberate and proportionate to the offense. We have not forgotten the victims of September the 11th, the last phone calls, the cold murder of children, the searches in the rubble. With those attacks, the terrorists and their supporters declared war on the United States, and war is what they got.

Our war against terror is proceeding according to the principles that I have made clear to all.

Any person involved in committing or planning terrorist attacks against the American people becomes an enemy of this country and a target of American justice.

Any person, organization or government that supports, protects or harbors terrorists is complicit in the murder of the innocent and equally guilty of terrorist crimes. Any outlaw regime that has ties to terrorist groups and seeks or possesses weapons of mass destruction is a grave danger to the civilized world and will be confronted.

And anyone in the world, including the Arab world, who works and sacrifices for freedom has a loyal friend in the United States of America.

Our commitment to liberty is America's tradition, declared at our founding, affirmed in Franklin Roosevelt's Four Freedoms, asserted in the Truman Doctrine and in Ronald Reagan's challenge to an evil empire.

We are committed to freedom in Afghanistan, Iraq and in a peaceful Palestine.

The advance of freedom is the surest strategy to undermine the appeal of terror in the world. Where freedom takes hold, hatred gives way to hope.

When freedom takes hold, men and women turn to the peaceful pursuit of a better life.

American values and American interests lead in the same direction. We stand for human liberty.

The United States upholds these principles of security and freedom in many ways: with all of the tools of diplomacy, law enforcement, intelligence and finance.

We are working with a broad coalition of nations that understand the threat and our shared responsibility to meet it.

The use of force has been and remains our last resort. Yet all can know, friend and foe alike, that our nation has a mission: We will answer threats to our security, and we will defend the peace.

Our mission continues. Al Qaida is wounded, not destroyed. The scattered cells of the terrorist network still operate in many nations and we know from daily intelligence that they continue to plot against free people. The proliferation of deadly weapons remains a serious danger.

The enemies of freedom are not idle, and neither are we. Our government has taken unprecedented measures to defend the homeland and we will continue to hunt down the enemy before he can strike.

The war on terror is not over, yet it is not endless. We do not know the day of final victory, but we have seen the turning of the tide.

No act of the terrorists will change our purpose, or weaken our resolve, or alter their fate. Their cause is lost free nations will press on to victory.

Other nations in history have fought in foreign lands and remained to occupy and exploit. Americans, following a battle, want nothing more than to return home. And that is your direction tonight.

After service in the Afghan and Iraqi theaters of war, after 100,000 miles on the longest carrier deployment in recent history, you are homeward bound.

Some of you will see new family members for the first time 150 babies were born while their fathers were on the Lincoln. Your families are proud of you, and your nation will welcome you.

We are mindful as well that some good men and women are not making the journey home. One of those who fell, Corporal Jason Mileo, spoke to his parents five days before his death. Jason's father said, "He called us from the center of Baghdad, not to brag but to tell us he loved us. Our son was a soldier."

Every name, every life is a loss to our military, to our nation and to the loved ones who grieve. There is no homecoming for these families. Yet we pray in God's time their reunion will come.

Those we lost were last seen on duty.

Their final act on this Earth was to fight a great evil and bring liberty to others.

All of you, all in this generation of our military, have taken up the highest calling of history: You were defending your country and protecting the innocent from harm.

And wherever you go, you carry a message of hope, a message that is ancient and ever new. In the words of the prophet Isaiah, "To the captives, come out and to those in darkness, be free."


2007 [ edit | bron bewerken]

Sheikh Abdul Sittar who helped spark the Anbar Awakening Movement

In early 2007 US and Iraqi tribal forces secured Ramadi, as well as other cities such as Hit, Haditha, Rutbah, and Al Qaim. During the summer the US turned its attention to eastern Anbar and secured the cities of Fallujah and Al-Karmah.

The majority of the fighting was over by September 2007, although US forces would maintain a stability and advisory role for over two more years. Celebrating the victory, President George W. Bush flew to Anbar in August 2007 to congratulate Sheik Sattar and other leading tribal figures.


Did the Bush Invasion of Iraq “Create” ISIS?

Brian Glyn Williams worked for the CIA’s Counter Terrorism Center and the US Army’s Information Operations team at ISAF HQ in Afghanistan and is Professor of Islamic History at the University of Massachusetts-Dartmouth and author of “Predators. The CIA’s Drone War on Al Qaeda(Washington DC, Potomac 2013).

It was one of those moments that politicians dread. An unscripted incident last month when a voice in a crowd pinned down a candidate on an issue he could not squirm away from and made news in the process. With the media recording every word, a 19 year old college student at University of Nevada, Reno named Ivy Ziedrich took Jeb Bush to task for moments earlier saying that Obama had created ISIS. As the cameras rolled she told candidate Bush “Your brother created ISIS…It was when 30,000 individuals who were part of the Iraqi military were forced out — they had no employment, they had no income, and they were left with access to all of the same arms and weapons.”[1] Bush responded by accusing her of “rewriting” history.

The incident set off a new round of acrimony as to who had created the pre-conditions for the rise of ISIS in post-US Iraq and the student who asked the question became an instant celebrity on numerous talk shows. But is there any validity to Ms. Ziedrich’s bold claim that George W. Bush “created” ISIS by firing the Iraqi army in 2003?

A journey back into the tumultuous post-invasion months and years sheds a rare historic light on this highly contentious issue and answers the question as to whether Bush’s invasion inadvertently created the conditions for the rise of the hybridized jihadi army/terror group known as ISIS out of the ashes of Saddam Hussein’s Baathist Iraq.

How to Create a Jihadi Insurgency

In the aftermath of the 2003 invasion and toppling of the Socialist Baathist regime of Saddam Hussein, the Bush White House sent a civilian official to take charge of post-invasion Iraq named Paul Bremer. On May 11, 2003 Bremer became governor of American-occupied Iraq in his role as head of the Coalition’s Provisional Authority. This made him perhaps the most powerful American abroad since General Douglas MacArthur took control of post-World War II Japan. But Bremer’s initial decisions lacked the sagacity of MacArthur’s policies during the occupation of Japan. In fact the architects of Bremer’s missteps were the Neo-Cons who called for total De-Baathification in Iraq based on the model of De-Nazification in Post World War II Germany.

Paul Bremer’s first step was Provisional Authority Order Number 1, issued on May 16th. Order Number 1 banned the Sunni-dominated Baathist Party which had run Iraq for decades. The previous temporary governor of Iraq, General Jay Garner, and his staff were appalled by the decision and warned Bremer “It was too deep.” One of Garner’s staff recalled saying “if you do this, you're going to drive 30,000 to 50,000 Ba'athists underground by nightfall. And the number's closer to 50,000 than it is 30,000."[2] The CIA Station Chief in Baghdad agreed with the number of 50,000 Baathists being driven underground and said “In six months you will regret this.”[3] By banning the Baathist Party, which had as many as 700,000 members who were used to being in power, Bremer turned this mass of powerful leaders and their dependents against the US occupation overnight.[4]

The majority of those to be disenfranchised with Order Number 1 were of course Sunni Muslims who had held the grip on power in the country for five centuries. This act had a negative impact on everyone from civil servants to the technocrats who ran government ministries. In some Sunni areas, such as Fallujah, there were no schoolteachers left after Order Number 1 was promulgated because most of them were fired as members of the Baath party. Far from helping to stabilize Iraq, this act led to unemployment and economic hardship for tens of thousands of Iraqis who had joined the Baath party often just to get a job.

Bremer’s second step compounded matters and might have been a play from a manual on how to ignite an insurgency. His second step was Order Number 2 which disbanded the Iraqi army on May 23rd 2003. This step went against the suggestions of a group of security experts at the National Defense University who had also warned against “top down de-Baathification.” This group had warned that the Iraqi military was one of the rare unifying institutions in Iraq that stressed national identity. According to this group of experts “To tear apart the army in the war’s aftermath could lead to the destruction of one of the only forces for unity within the society.”[5]

The Iraqi military, which consisted of 385,000 men in the army and 285,000 in the Ministry of Defense, was a much respected institution in Iraq and its disbandment shocked Iraqi society. The tens of thousands of Iraqi soldiers who had taken their weapons home instead of fighting the American invasion felt betrayed when they were fired. This created a recruitment pool of armed, organized and disaffected soldiers. In one fell swoop these Iraqi soldiers lost their careers, their paychecks, their pensions and their source of pride. General Daniel Bolger would claim that de-Baathification “guaranteed Sunni outrage.”[6] One American colonel was to subsequently recount the almost simultaneous ramp up in violence following the firing of the Sunni-dominated army as follows: “Who knows how many [Iraqi army] folks got disgruntled and went to the other side? I will tell you this, 72 hours after the decision was made, the first major attack from the airport road took place. And I got two of my military police killed. And it's sort of been downhill from there.”[7]

Another Army colonel said “When Bremer did that, the insurgency went crazy. May was the turning point.”[8] The US military, CIA and State Department were all against these Neo-Con-inspired policies and one US general furiously said, “You guys just blindsided Centcom. We snatched defeat from the jaws of victory and created an insurgency.”[9] Another expert on Iraq stated “We made hundreds of thousands of people very angry at us and they happened to be the people in the country best acquainted with the use of arms.”[10]

Prior to this act, the US military had hoped to work with the Iraqi military to rebuild Iraq. Their aim was to provide thousands of Iraqi soldiers with jobs, pride and a stake in building a new Iraq. That option was now gone.

Combined together, Orders Number 1 and 2 essentially fired and disenfranchised/disempowered two million people who had weapons, respect and built-in communication networks. The Iraqi military was especially furious and Iraqi soldiers who had lost their jobs, source of pride and incomes took to holding daily protests at the gates to the Green Zone (i.e. the fortified district in downtown Baghdad that the US-led government occupied). During these protests, one Iraqi officer stated “We are all very well trained soldiers and we are armed. We will start ambushes, bombings and even suicide bombings.”[11] Another humiliated Iraqi would state “We’re against the occupation, we refuse the occupation—not one hundred percent, but one thousand percent. They’re walking over my heart. I feel like they are crushing my heart.”[12] During one protest against the mass firings, two Iraqi officers were shot by US troops thus further infuriating this laid off pool of potential recruits for the insurgency.[13]

These angry Iraqis, a majority of whom were the previously ruling Sunnis, felt they had no stake in the new Iraq that the US was building and resented what they saw as de-Sunnification. One Sunni’s anguished complaint captures the sentiment of this group that felt it had been arbitrarily removed from power by the Americans after ruling Iraq since the 1500s. This source stated “We were at the top of the system. We had dreams. Now we are losers. We lost our positions, our status, the security of our families, stability. Curse the Americans, curse them.”[14]

Historian Ahmed Hashim has written, “Dissolving the army meant also driving a stake through a Sunni identity that had relied on the armed forces as a primary institutional and symbolic support of identity.”[15]Fulfilling the law of unintended consequences, this pool of marginalized Sunnis would become known in US military parlance as POIs (Pissed Off Iraqis). Many of them would go on to join the Sunni insurgency which began to take shape by the summer of 2003. The insurgents offered unemployed ex-soldiers or ex-Baathists salaries of up to $100 to shoot Americans or plant landmines. If they filmed the killing of an American they got a bonus.

Within a matter of weeks the Sunni insurgents would begin to wage a classic guerilla war via roadside bomb attacks on US patrols, mortar attacks, sniper ambushes and suicide bombings. They had no problem accessing weapons and explosives since many of them were previously in the military. One Iraqi general spoke of the decision by scores of fired Iraqi soldiers to join the insurgency and fight the American occupation: “The Americans bear the biggest responsibility. When they dismantled the army what did they expect those men to do? They [the fired Sunni Iraqi soldiers] were out in the cold with nothing to do and there was only one way out for them to put food on the table… They didn’t de-Baathify people’s minds, they just took away their jobs.”[16]

De rest is geschiedenis. The Sunni insurgents went on to form Al Qaeda in Iraq in 2004 (the CIA has stated there was no Al Qaeda presence before this, despite the president’s claims), which then morphed into the Islamic State (IS) after its leader Abu Musab Zarqawi was killed in the summer of 2006. When the U.S. pulled out its troops in December 2011 in fulfillment of President Bush’s December 2008 SOFA (Status of Forces Agreement) with the Iraqi government, the down-but-far-from-out IS insurgents took advantage of the American-installed, Shiite-dominated Iraqi government’s continued repression of disenfranchised Sunnis to regain momentum and recruits.

All it took was the start of another war between ruling Shiites and repressed Sunnis in neighboring Syria starting in 2011/12 and IS began to send fighters across the border to fight there as well. Thus IS became a transnational insurgent group known as ISIS (the Islamic State in Iraq and Syria) and began to seize territory in both Iraq and neighboring Syria. The jihadi “infection” had spread from the US-occupied Sunni Triangle of 2003/4 into neighboring Baathist Syria where formerly secular Sunnis similarly began to grow their beards long and join the spreading Islamist insurgent movement.

Today ISIS fighter-terrorists rule over millions of Iraqis (many of whom were formerly secular Baathists under Hussein) and Syrians in a region larger than the U.K. and twice the size of Israel. It goes without saying (well except by the likes of Ms. Ziedrich) had Bush, or more correctly Paul Bremer, not fired both the Iraqi Army and Baathist Party after the 2003 invasion of Iraq there would be no ISIS today. It has been widely demonstrated that the Baathists fired by Bremer in 2003 play a major operational role in ISIS today. De Washington Post, for example, has reported that “almost all of the leaders of the Islamic State are former Iraqi officers, including the members of its shadowy military and security committees, and the majority of its emirs and princes.”[17]

Operation Iraqi Freedom thus fulfilled the Law of Unintended Consequences in this unpredictable part of the world that had been previously been tenuously held together by Hussein’s Baathist Socialist regime and opened the Pandora’s Box that would ultimately lead to creation of ISIS. For the Americans who had overthrown one Medieval regime in Afghanistan, only to inadvertently create the conditions for the rise of another in oil rich Iraq en Syria out of the ashes of what had once been the two most secular regimes in the Arab Middle East, it was one step forward and two steps back.

[1] “College Student to Jeb Bush. Your Brother Created ISIS.” New York Times. May 15, 2015 .

[2] “Bush’s War. Night Two.” frontlinie. http://www.pbs.org/wgbh/pages/frontline/bushswar/etc/script2.html

[3] Thomas. Fiasco. The American Military Adventure in Iraq. New York Penguin Press. 2006. Page 159.

[6] Daniel Boulger. Why We Lost. New York Houghton and Miflin. 2014. Page 161.

[7] “Bush’s War.” Frontline. PBS. March 24, 2008.

[8] Thomas Ricks. The Gamble. General David Petraeus and the American Military Adventure in Iraq, 2006-2008. New York Penguin. 2009. Page 164.

[10] Terry Anderson. Bush’s Wars. Oxford Oxford University Press. 2011. Page 156.

[13] Ali Allawi. The Occupation of Iraq. New Haven Yale University Press. 2007. Page 158.

[15] Ahmed Hashim. Insurgency and Counter Insurgency in Iraq. Ithaca Cornell University Press. 2006. Page 94.

[16] “The Hidden Hand Behind the Islamic State Militants? Saddam Hussein.” De Washington Post. April 4, 2015.

List of site sources >>>


Bekijk de video: Water and Iraq, ICRC projects, 1991 - May 2003 (Januari- 2022).